Bril eider
Somateria fischeri
Hij is kleiner dan de Koningseider (Somateria spectabilis) en Noordelijke Eider (Somateria mollissima), maar dat neemt niet weg dat deze soort misschien wel de mooiste onder de Eiders is.
De bontjas over zijn snavel is het duidelijkste kenmerk van de soort. Deze bontjas zorgt ervoor dat de Brileider de enige watervogelsoort is die tot aan de neusgaten bevedert is.
Ze broeden in de arctische gebieden van Siberië en Noord-West Alaska. Dan zijn ze te vinden op plaatsen waar plassen en meren zijn, omgeven door zeggen en gras.
Het nest wordt gemaakt tussen de schaarse vegetatie, of tussen rotsen. Er worden 3 tot 9 eieren gelegd welke na een broedperiode van 24 dagen uitkomen.
Overwinteren gebeurt aan de Siberische kust en op de Bering Zee, vaak ver uit de kust. Ze zijn dan vaak te zien in groepen tot zo'n 50 vogels, regelmatig in gezelschap van Koningseiders. Toch zijn ze meestal te vinden in kleinere groepjes of per paartje.
In de jaren 70 werden de aantallen op 400.000 geschat, maar door milieu vervuiling zijn ze vrij kwetsbaar geworden.
Brileiders zijn nog niet zolang te zien in beschermd milieu.
In 1993 werden er vanuit Rusland eieren en jonge vogels naar o.a. België en Duitsland getransporteerd om hier op te groeien tot volwassen eenden (Kolbe). Toch werden er in 1960 al jongen geboren in Amerika, afkomstig uit eieren die in het wild waren geraapt.
In 1976 vond de eerste echte kweek in beschermd milieu plaats, dit gebeurde in Engeland bij de Wildfowl & Wetlands Trust.
© Jan Harteman / Harteman Wildfowl / www.harteman.nl
Twee woerden en een vrouwtje. © R. Fellner
Engels: Spectacled eider
Duits: Plüschkopf eider
Frans: Eider à lunettes
Woerd. © Jan Harteman
Vrouwtje. Foto © Femke Coenders