Eyton boomeend / Eyton fluiteend
Dendrocygna eytoni
Deze boomeenden leven in Noord- en Oost-Australië maar ook in Tasmanië. Het zijn de enigste boomeenden met oranje-gele ogen. Alleen 's nacht zoeken ze naar voedsel in kleine groepen. Ze eten vooral gras, rijst, biezen e.d. die aan moerasranden en op grasvlakten worden gezocht. Overdag rusten deze eenden langs lagunen, moerassen en plassen in grotere groepen. Woerden kunnen in de paartijd wel eens lastig worden tegenover andere (boom) eenden. De woerden dreigen en in de paartijd voortdurend en er wordt zelfs wel eens gevochten. Ze leggen 8 tot 14 eieren en de broedduur is 24 tot 28 dagen. De ringmaat voor deze eenden is 12 milimeter, de kuikens moeten geringd worden als ze 16 dagen oud zijn. Er wordt wel eens gezegd dat deze eenden vrij hard zijn en beter tegen de vorst kunnen dan sommige andere soorten, toch is het verstandig ook deze boomeenden vorstvrij te houden in de winter.
© Jan Harteman / Harteman Wildfowl / www.harteman.nl
Copyright © Jan Harteman
Rijk
Animalia (Dieren)
Stam (Phylum)
Chordata (Chordadieren)
Klasse
Aves (Vogels)
Orde
Anseriformes (Eendachtigen)
Familie
Anatidae (Eendvogels)
Geslacht
Dendrocygna (Boom- of Fluiteenden)
Soort
Dendrocygna eytoni
Engels
Eyton whistling (tree) duck / Plumed whistling (tree) duck
Frans
Dendrocygne d'Eyton
Duits
Sichelpfeifgans
Voorkomen
Noord- en Oost-Australië, maar ook in Tasmanië
Verstrekt voedsel
Standaard eendenkorrel, eendengraan, in mindere mate wordt er zee-eendenkorrel opgenomen. Eendenkroos in de zomer.
Broedplaatsen
Nestkasten (verhoogd of op de grond) en soms tussen vegetatie.