Roze-oor eend


Copyright © J. Harteman

Malacorhynchus membranaceus
Engels: Pink-eared duck
Duits: Spatelsnabelente
Frans: Canard à oreillons roses

Vroeger werden Roze-ooreendjes ook wel Zebra-eendjes genoemd vanwege hun gestreepte verenpak. De geslachten zijn vrijwel gelijk, alleen is het mannetje iets groter. Ook is het kontje van het woerdje wat meer oranje gekleurd. De roze vlekjes bij het oor zijn niet altijd even duidelijk zichtbaar, maar van dichtbij zijn ze wel goed te zien, alleen tijdens het broedseizoen trouwens. De duitse naam "Spatelsnabelente" verwijst naar de flappen aan de snavel, een duidelijk kenmerk van de soort. Maar terwijl de lepel-vorm bij de Slobeenden van dezelfde hoorn-achtige stof is als de snavel zelf, zijn de flappen bij de Roze-oor eend eerder vleesachtig.

Roze-ooreenden leven in Australië, het meeste in het noord-oosten en in het zuid-westen. Een enkeling leeft op Tasmanië, maar ze broeden hier niet. De eenden verlaten niet vaak het water en doet dit alleen om uit te rusten of om de veren te poetsen. Eten doen ze liever in het water. Je kunt ze vaak op boomstammen zien rusten vlak boven het water. Ze zwemmen het liefst in ondiep, stilstaand water. Daar kan dan met de speciale snavel voedsel uit het water worden gezeefd op een manier zoals we dit ook bij de Slobeend zien. In het wild zie je ze regelmatig in groepen met Grijze Witkeeltalingen (Anas gracilis).

In het regenseizoen zoeken paartjes de tijdelijke meertjes en poelen. Daar worden dan vlak boven het water, soms in een boomholte, soms op een kleine eilandje of tussen takken, een nest gemaakt. Het vrouwtje legt in het nest 5 tot 8 vrij puntige eieren. Deze komen na 25 tot 26 dagen uit.

Roze-ooreenden, of Roodooreenden zijn onder de beginnende liefhebbers vaak een grote onbekende. Deze Australishe soort wordt niet veel gehouden. De enige import die van deze eenden is gedaan (door Michael Lubbock, destijds voor de Wildfowl & Wetlands Trust) was in de jaren dat er nog niet veel kennis was over deze en andere 'moeilijkere' soorten. Er waren nog geen premium voeders op de markt, dus van de eerste import (zo'n 40 verzamelde eieren) zijn veel dieren gesneuveld. Omdat ook de eerste kweek lang op zich liet wachten is het beperkte aantal gekweekte dieren ook nog eens sterk verwant aan elkaar. Het ziet er dus somber uit voor de dieren in onze collecties want de vruchtbaarheid neemt al af de laatste jaren!


© Jan Harteman

Door Frank Todd wordt deze eend ondergebracht in het hoofdstuk "waterfowl oddities", oftewel bijzondere watervogels. Het is dan ook een soort die niet duidelijk bij andere eenden ondergebracht kan worden. Het is een opzichzelf staande soort, de enige in het geslacht Malacorhynchus. In beschermd milieu eten ze graag zee-eendenkorrels, verder zeven ze constant het water op zoek naar algen. Ook eendenkroos vinden ze lekker.


© Jan Harteman


© R. Hebbelinck

 

© Jan Harteman / Harteman Wildfowl / www.harteman.nl