Witwang boomeend / Witwang fluiteend


© Jan Harteman

Dendrocygna viduata
Engels: White-faced Whistling duck
Duits: Witwenpfeifgans
Frans: Dendrocygne veuf

Witwang boomeenden leven in Tropisch Afrika onder de Sahara (Afrotropisch) en in tropische delen van Zuid-Amerika (Neotropisch). Ze zijn goed in groepjes te houden en er is een sterke paarband tussen beide vogels. De paartjes zullen elkaar vaak staan vertroetelen en poetsen. Net als bij alle boomeenden zien de woerd en de eend er het zelfde uit. Ze houden erg van open water, zoals rivieren en meren. Boomeenden hebben lange vleugels en tijdens het vliegen steken de lange poten onder de staart uit.

In collecties kan men deze boomeenden goed buiten laten overwinteren ondanks hun tropische afkomst. Men moet er echter rekening mee houden dat ze gevoelige poten en een gevoelige snavel hebben. Om te zorgen dat ze geen last van de vorst krijgen moet men zorgen dat hun vijver ijsvrij blijft. Beweging in het water is echter niet voldoende; bewegend, maar ijskoud water (ijswater) kan voor bevroren lichaamsdelen zorgen. Het beste is om grondwater in de vijver te pompen (dit is doorgaans zo'n 10 graden warm!) zodat de damp van het water afkomt. Wanneer men zorgt voor enkele ondiepe delen in de vijver (zo'n 10cm) kunnen de eenden hun poten beschermen tegen vrieskou.


Kopstudie witwangboomeend. © Jan Harteman

Witwangboomeenden zijn op 2e-jarige leeftijd geslachtsrijp. Eenmaal een koppel elkaar gevonden heeft zijn ze vaak gepaard voor het leven, deze eigenschap lijkt op hetzelfde gedrag wat we bij zwanen en ganzen zien, hun naaste verwanten. Boomeenden worden namelijk gezien als tussenvorm van eenden en zwanen/ganzen.
Ze broeden graag in een nestkast, vaak verhoogd en met trapje bereikbaar. Ook in de natuur broeden ze vaak in holle bomen. Soms wordt er een grondnest gemaakt tussen de beplanting of in een melkbus. Er worden 4 tot 16 creme witte eieren gelegd. Na 28 dagen broeden komen de eieren uit. Op de 17e dag moeten ze kuikens geringd worden met voetringen van 11mm grootte.


Bovenzijde vleugel. © Jan Harteman

Omdat boomeenden in verhouding lange en brede vleugels hebben, kunnen ze soms gemakkelijk ontsnappen uit hun perk, ook als ze goed geleewiekt zijn. Hun vleugels kunnen dan genoeg wind vangen om over een afrastering van een meter hoog te springen. U kunt de eenden dan ook het beste achter een hogere afrastering houden, of beslissen ze juist in een volière te houden. In dat geval is het natuurlijk ook mogelijk de vogels ongeleewiekt te laten, zodat ze hun naam boomeend waar kunnen maken: ze zullen vaak hoge plaatsen opzoeken om op te slapen.


Bovenzijde geleewiekte vleugel, met het duimpje duidelijk zichtbaar. © Jan Harteman


Onderzijde vleugel. © Jan Harteman

 

© Jan Harteman / Harteman Wildfowl / www.harteman.nl