Goudoog gans
Anser erythropus
Goudoogganzen hebben hun naam te danken aan de 'gouden' rand om hun ogen. Maar deze ganzen worden ook wel Dwerg (kol) gans genoemd. Ze lijken namelijk veel op Kolganzen (A. albifrons) en zijn ook verwant aan deze soort, maar ze zijn kleiner en hebben een gele rand om hun ogen. Ze zijn de kleinste onder de grauwe ganzen (Anser).
Goudoogjes broeden in taiga en toendra gebieden in de buurt van bossen. Ze hebben gebroed in noordelijk Scandinavië, maar deze populatie is helaas uitgestorven. Deze uitgestorven populatie overwinterde in gebieden rond de Zwarte en de Middellandse Zee. Tegenwoordig broeden ze alleen nog in Siberië en overwinteren doen ze langs delen kust van de Kaspische Zee en in Iran. Er zijn ook Goudoog ganzen die in China overwinteren, maar onder andere door jacht is het aantal ganzen er drastisch gedaald! Het nest dat meestal bij een aantal struiken ligt bestaat meestal uit 4 tot 6 eieren die na 25 tot 28 dagen broeden uitkomen. Ring de jonge gansjes als ze 10 dagen oud zijn met een ringmaat van 14 milimeter.
© Jan Harteman / Harteman Wildfowl / www.harteman.nl
Copyright © J. Harteman
Engels: Lesser White-fronted goose
Duits: Zwerggans
Frans: Oie naine