Grauwe gans


Westelijke Grauwe gans (Anser anser anser),
Copyright © Jan Harteman

Anser anser
Engels: Greylag goose
Duits: Graugans
Frans: Oie cendreé

Er zijn twee ondersoorten van deze bekende gans: de valere Oostelijke Grauwe gans (A. a. rubrirostris) en de Westelijke Grauwe gans (A. a. anser). Terwijl deze Westelijke ganzen vrij algemeen zijn in Europese collecties, worden er maar weinig van de Oosterse ganzen gehouden. In de VS komen de Grauwe ganzen heel weinig voor bij liefhebbers. Als je een stel van deze makkelijke ganzen houd, zul je ontdekken dat ze zeer waakzaam zijn en erg tam. De Westelijke Grauwe gans is samen met de Zwaangans (Anser cygnoides) de wilde voorvader van de tamme ganzen. In Nederland was de Grauwegans de enige inheemse gans die hier broedde, maar inmiddels is ook de Brandgans een echte broedvogel geworden. Overigens zijn Grauweganzen wel de meest zuidelijk broedende soort van het geslacht Anser.

Het is nu nauwelijks voorstelbaar dat de grauwe gans nog geen drie decennia geleden een zeer zeldzame broedvogel is geweest, die plaatselijk zelfs werd uitgezet om te voorkomen dat de soort uit Nederland zou verdwijnen. Inmiddels broeden er in Nederland meer dan 8.000 paren en vestigt de soort zich nog steeds op nieuwe plaatsen. De Oostvaardersplassen in Flevoland vormden de uitvalsbasis voor dit opmerkelijke herstel. Gedomesticeerde en weer verwilderde grauwe ganzen (een witte, een bruine en een gecombineerde variant) gaan als 'soepgans' door het leven en kunnen op de meest bizarre plaatsen aangetroffen worden, ook tussen wilde grauwe ganzen. Deze vogels zijn vaak minder schuw en vertonen een afwijkende poot- of snavelkleur of een verenkleed dat niet overeenkomt met de wilde grauwe gans. De Grauwe gans legt 4 tot 8 eieren welke na 28 tot 29 dagen uitkomen. De jonge gansjes kun je ringen als ze 15 dagen oud zijn met ringen van 18 mm.

De oudste Grauwe gans bekend werd 23 jaar en 7 maanden. (bron)


Westelijke Grauwe gans (Anser anser anser),
Broedende Grauwe gans. Copyright © Jan Harteman

 

© Jan Harteman / Harteman Wildfowl / www.harteman.nl