Magelhaengans
Chloephaga picta
Magelhaenganzen behoren tot de zogenaamde halfganzen, vaak ook aangeduid als spiegelganzen.
Er zijn twee ondersoorten bekend:
De Grote Magelhaengans leeft op de Falkland eilanden, hij is een fractie groter dan de Kleine Magelhaengans van het vaste land. De grote ondersoort is ook te herkennen door de witte borst van de genten (mannetjes). Bij de Kleine Magelhaengans is de borst namelijk wit met zwarte strepen. Magelhaenganzen leven van kort gras en ze nestelen op plaatsen waar wat meer begroeiing is. Het vrouwtje trekt plantendelen naar haar toe om het nest te bekleden, daarna trekt ze dons uit haar borst als voering.
In Zuid-Amerika is het broedseizoen in september en oktober, in europese collecties broeden ze in het voorjaar. Er worden 5 tot 8 eieren gelegd die worden bebroed door het wijfje. Op een leeftijd van ongeveer 3 maanden zijn de jonge gansjes vliegvlug, maar slechts een klein aantal kuikens wordt in de natuur volwassen omdat er veel predatie is door roofdieren zoals grote soorten meeuwen.
Men mag vrouwtjes van de Magelhaengans overigens nooit verwarren met de Roodkopgans. Roodkopganzen zijn enigszins kleiner en lichter gekleurd, waarbij man en vrouw hetzelfde gekleurd zijn.
© Jan Harteman / Harteman Wildfowl / www.harteman.nl
Boven: gent (man). © Jan Harteman
Engels: Magellan goose / Upland goose
Duits: Magellangans
Frans: Bernache de Magellan
Spaans: Cauquen Común
Tot de spiegelganzen behoren alle zuid-amerikaanse ganzen, maar ook de afrikaanse Blauwvleugelgans en Nijlgans.
Al deze soorten kunnen zeer agressief zijn in het broedseizoen, wanneer zij hun territorium afbakenen voor alles en iedereen.
Als een van de weinige ganzensoorten is bij de Magelhaengans duidelijk de bruine vrouw van de witte man te onderscheiden.
Man en vrouw (rechts). © Jan Harteman
Man en vrouw juist na de paring. © Jan Harteman