Sneeuw gans


Witte Kleine sneeuwgans (Anser caerulescens caerulescens)
Copyright © J. Harteman

Anser caerulescens
Engels: Snow goose
Duits: Schneegans
Frans: Oie des neiges

Een enkele keer wordt de Sneeuwgans in het latijns weleens Chen caerulescens genoemd, deze naam is echter al lang achterhaald en stamt uit een tijd waarin de Sneeuwgans, Ross' gans en Keizergans in een apart geslacht (Chen) waren geplaatst.

Er zijn twee ondersoorten bekende van de Sneeuwgans, namelijk de Grote (A. c. atlanticus) en Kleine Sneeuwgans (A. c. caerulescens). De Blauwe Sneeuwgans werd beschouwd als aparte ondersoort tot 1961, waarna erkend werd dat deze ganzen een donkere kleurvariatie waren van de Kleine Sneeuwgans. Sneeuwganzen zijn groter dan Ross' ganzen (Anser rossii), van welke ook een zeer zeldzame donkere kleurvariatie bekend is, de Blauwe Ross' gans genoemd. Sneeuwganzen leven in Noord-Amerika en Canada, maar dwaalgasten en ontsnapte exemplaren worden ook regelmatig in West-Europa gezien. In Noord-Amerika en Canada broedt de Sneeuwgans op Arctische toendra's en overwinteren ze op akkerland, waar ze de resten van maïs en koren worden gegeten. Het komt voor dat er tussen de grote groepen Sneeuwganzen (van soms duizenden exemplaren) ook Canadese- en Trompetkraanvogels lopen. Ook zijn Sneeuwganzen vaak te zien in groepen Canadaganzen (Branta canadensis).

Terwijl Kleine Sneeuwganzen vrij veel gehouden worden in collecties, zijn raszuivere Grote Sneeuw ganzen eerder zeldzaam. De 4 tot 6 eieren die worden gelegd komen uit na 23 dagen. Omdat er nogal wat verschil zit in grootte van beide ondersoorten, zijn ook de ringmaten voor deze ondersoorten verschillend: De Grote Sneeuwgans dient geringd te worden met ringen van 18 milimeter, die van de Kleine Sneeuwgans moeten 16 milimeter groot zijn. Als de kuikens 12 dagen oud zijn kan men ze ringen.


Boven: Juveniele Blauwe Kleine Sneeuwgans (Anser caerulescens caerulescens)
Copyright © J. Harteman


Blauwe Kleine Sneeuwganzen op hun nest (Anser caerulescens caerulescens)
Copyright © R.J. Breman

 

© Jan Harteman / Harteman Wildfowl / www.harteman.nl