Australische Kuifduif
Ocyphaps lophotes
Grootte: 33 cm
Het verspreidingsgebied van de Australische kuifduif ligt natuurlijk in Australië, meer bepaald in Centraal- en Oost-Australië. Hier bevinden ze zich vooral in dunbeboste graslanden met een waterplas in de buurt.
Het verschil tussen doffer en duivin is klein zodat we op enkele kleine punten moeten letten.
De doffer heeft meer roze in zijn hals, olijfgroen op de onderrug en hij is grover van bouw.
De duivin heeft eerder een bruintint op de onderrug. Ze heeft ook een breder bekken.
Deze duiven zijn zeer goed te houden in een volière. Ze zijn goed winterhard en ze gaan normaal vrij gemakkelijk tot kweken over. Enkel hun soms agressieve gedrag is een klein minpuntje, terwijl ze door hun goede opfokkwaliteiten zeer goed als surrogaatouders gebruikt kunnen worden. Bij het vliegen maken deze duiven een fluitend geluid.
Er is speciaal tortelduiven voer op de markt wat zeer geschikt is. Grit, kalk en desnoods wat vitaminekorrels eten zij ook. Als groenvoer lusten zij graag vogelmuur en bessen. Stukjes appel en peer zijn ook geen probleem.
In het broedseizoen hoeft u zich geen zorgen te maken over nesten want die maken deze duiven zelf in een struik of boom. Ze gebruiken ook vaak een nestkast. Bij goede koppels wordt er soms vier keer gebroed per jaar. Het dient aanbeveling om de uitgevlogen jongen zo snel mogelijk bij de ouders weg te halen aangezien de doffer soms agressief kan worden ten opzichte van de jongen.
Met dank aan G. Dewilde, België
© Jan Harteman / Harteman Wildfowl / www.harteman.nl
© Jan Harteman
Engels: Crested pigeon
Duits: Schopftaube
Frans: Colombe lophote
Spaans: Paloma-bronce creatuda
Broedtijd: 18 dagen
Ringmaat: 7 mm
Snavelkleur: zwart
Poten: lichtrood
Iris: rood tot geeloranje
© Jan Harteman
De typische regenwouden verkiezen ze helemaal niet daar het echte savannevogels zijn. Het zijn zeer actieve dieren die hun kostje op de grond zoeken. Dat voedsel bestaat uit verschillende zaden met een voorkeur die van de acaciaboom.
© Jan Harteman