Blauwe grondduif


Doffer © G. Dewilde

Clavaris pretiosa
Engels: Blue Ground-dove
Duits: Blauwtaube
Frans: Colombe cendrée
Spaans: Tortolita azulada

Grootte: 21 cm
Broedtijd: 15 dagen
Ringmaat: 5,4 mm
Snavelkleur: groen-bruin
Poten: rozerood
Iris: rood, roze of geel

Het verspreidingsgebied loopt van Zuid-Oost Mexico, Midden-Amerika, Nicaragua, Peru, Bolivia, Zuid-Brazilië en Noord Argentinie. Ze komen voor in alle bossen en wouden waar ze zich meestal in het koele gebladerte bevinden.
Na de broedtijd zijn het zwermvogels die samen op voedseljacht gaan.

Het bepalen van het geslacht is bij deze soort zeer eenvoudig aangezien er een groot kleurverschil is.
De doffer is lichtblauw tot grijsachtig gekleurd. De duivin is vosbruin gekleurd en heeft een breder bekken.

Deze duiven zijn zeer goed te houden in een volière. Ze zijn bijna winterhard maar het is toch aan te raden bij strenge vorst een beetje bij te verwarmen. Een tochtvrij hok kan ook al veel leed voorkomen tijdens de winter.
Er is speciaal tortelduivenvoer, maar parkietenzaad, grit, kalk en desnoods wat vitaminekorrels zijn een gebruikelijke aanvulling. Als groenvoer lusten zij graag sla en vogelmuur, bessen, appels en peren in stukjes gesneden zijn ook geen probleem.
In het broedseizoen hoeft u zich geen zorgen te maken over nesten want die maken deze duiven zelf in een struik of boom, zij nemen ook wel genoegen met een nestkast. Bij goede koppels wordt er zo'n vier keer gebroed per jaar. Het dient aanbeveling om de uitgevlogen jongen zo snel mogelijk bij de ouders weg te halen aangezien de doffer soms meer aandacht aan de jongen dan aan de duivin te schenken waardoor er onbevruchte eieren gelegd worden.

Met dank aan G. Dewilde, België


Volwassen vogels, doffer links. © G. Dewilde

 

© Jan Harteman / Harteman Wildfowl / www.harteman.nl