Blauwkopduifje (Blauwkopbosduif)
Turtur brehmerii
Grootte: 25 cm
Het verspreidingsgebied van de blauwkopbosduif ligt in Gabon, Congo, Sierra Leone, Liberia tot in het berggebied in Kameroen. De Sahara vormt de grens naar het noorden.
Het zijn bewoners van de gebergten en van de regenwouden,w aar ze zich vooral in de lage donkere bosvegetatie bevinden. Het zijn zeer schuwe duifjes die zich vooral voeden met kleine insecten en kleine zaden.
Deze duiven zijn zeer goed te houden in een volière. Ze zijn niet winterhard maar eerder tropisch. U kunt ze dan ook het best overwinteren rond de 15°C. Verder verlangen ze veel zon en een goedbeplante volière.
Ze eten tortelduivenvoer of een fijne partkietenmengeling, eiwitkorrel en in de zomer wat bessen. Aangezien het oorspronkelijk insecteneters waren is het best dagelijks een kleine hoeveelheid maden of buffalowormpjes bij te voederen. Verder vooral vers drinkwater, wat mineralen, grit en een piksteen beschikbaar stellen.
Ze maken hun nest in de struiken, in een boom, of in een halfopen nestkast. Het is wel aan te raden tijdens de kweekperiode en wanneer ze jongen hebben om wat universeelvoer en gekiemde zaden bij te voederen. Ook miereneitjes en buffalowormpjes zijn aan te raden.
Met dank aan G. Dewilde en J. Dams, België
© Jan Harteman / Harteman Wildfowl / www.harteman.nl
© J. Dams
Engels: Blue-headed wood dove
Duits: Maidtaube
Frans: Colombe émeraudine à bec noir
Spaans: Palomita aliverde
Broedtijd: 18 dagen
Ringmaat: 5,4 / 5,5 mm
Snavelkleur: donkerpaars, vanaf halfweg matgroen
Poten: purperrood
Iris: donkerbruin
© J. Dams
Het verschil tussen doffer en duivin is bij deze soort zeer moeilijk te zien. De doffer is iets groter en heeft een scherper bekken dan de duivin.