Grijskruinduif / Grijsborstduif / Grijsvoorhoofdduif


Doffer. © Jan Harteman

Leptotila rufaxilla
Engels: Gray-fronted dove / Grey-fronted dove
Duits: Rotachsel Erdtaube
Frans: La Colombe à Front Grise
Lokale namen (Suriname): Pasidoifi / Paskadoifi

Ringmaat: 6 mm
Broedtijd: 14 dagen

Deze duif is een vrij onbekende bewoner van volières. Ze werd voor het eerst beschreven door Richard & Bernard in 1792. Er worden sindsdien geen ondersoorten beschreven. Het natuurlijk leefgebied ligt in Zuid-Amerika, waaronder Peru, Ecuador, Columbia, Costa Rica en Suriname. In Suriname is het de meest geziene duif in de tropische regenwouden en zoals alle duiven van dit geslacht zijn het echte grondduiven die men dan ook vooral op de bosbodem aantreft.

De meesten van de 11 soorten van het geslacht Leptotila lijken heel sterk op elkaar, waardoor determinatie niet makkelijk is. Enkele van deze soorten leven in dezelfde gebieden, zodat je ze ook wel eens gezamenlijk kunt treffen. Zo leeft in het gebied van de Grijskruinduif ook de Verreaux duif (Leptotila verreauxi), echter deze heeft vaak een mooi blauwe ring rond de ogen, een eigenschap die bij de Grijskruinduif ontbreekt.

Zoals eerder gezegd is het niet een algemeen gehouden duif, maar daarom niet minder interessant. Ze zijn vrij sober van kleur, maar ze hebben een aangenaam karakter. Met grotere duiven kan men ze goed samenhouden. Het dieet bestaat vooral uit zaden, aangevuld met eivoer en universeelvoer. Eventueel kan men hieraan wat kleine bessen toevoegen. Ook een fijn grit en kiezelmengsel mag niet ontbreken. Ondanks dat er nog niet veel met deze duif gekweekt is, is het goed mogelijk om deze duif tot voortplanting te stimuleren. Als ze de beschikking hebben over een mooi beplante volière, kunnen ze vlot tot broeden overgaan.


Duivin (achteraan) en doffer. © Jan Harteman


Doffer. © Jan Harteman


Duivin. © Jan Harteman

 

© Jan Harteman / Harteman Wildfowl / www.harteman.nl