Lemmonduif


© G. Dewilde

Columba larvata larvata
Engels: African Lemmon-Dove
Duits: Zimttaube
Frans: La colombe à cou bronzé
Spaans: Paloma carpalida

Grootte: 28 cm
Broedtijd: 18 dagen
Ringmaat: 6 mm
Snavelkleur: zwart
Poten: donkerrood
Iris: bruinrood

Het verspreidingsgebied van de Lemonduif loopt over Oost- en Zuidoost Afrika, van het oostelijkste deel van de republiek Congo,zuidoost Sudan, westelijk en centraal Etiopië, Uganda, Kenia, Rwanda, Burundie, Tanzania, Malawi, Zambia, Oost Zimbabwe, Mozambique,Swaziland en het zuidoosten van de Kaapprovincie.
Ze hebben een zeer groot verspreidingsgebied van de kust tot op hoogten van 3000 meter. Ze leven op de grond in dichte bebossing, plantages en grote tuinen waar ze zeer zwijgzaam leven.

Het verschil tussen doffer en duivin is zeer moeilijk te zien. De doffer heeft een ietwat fierdere houding en is iets donkerder van kleur. Zijn nek is iets groter en breder en kop heeft een duidelijker masker. Zoals altijd is het bekken van de doffer smaller omdat de duivin eitjes moet leggen. Zij heeft een meer ingetogen houding en ze kan iets matter van kleur zijn. Ze is van fijner van formaat en haar masker is ook iets minder fel.

Deze duiven zijn zeer goed te houden in een volière. Ze zijn niet helemaal winterhard, dus een vorstvrij onderkomen is wel gewenst voor de koudste dagen. Ze zijn zeer verdraagzaam tegenover andere soorten duiven. Ze verblijven meestal op de bodem van de volière. Ondanks de pracht en het verdraagzame karakter is deze duif zeer weinig bij kwekers te vinden.

Er is speciaal tortelduivenvoer, dit is geschikt voor het duifje. Ook groenvoer en tussendoor wat bessen en vruchten zullen ze zeker op prijs stellen. Verder moet u vooral vers drinkwater, wat mineralen, grit en een piksteen beschikbaar stellen. Zo nu en dan wat meelwormen of maden kunnen ze wel op prijs stellen.

In het broedseizoen hoeft u zich geen zorgen te maken over nesten want die maken deze duiven zelf in een struik of boom, ze nemen ook wel genoegen met een nestkast. Het is wel het best om de jongen, wanneer ze zelfstandig zijn, van de ouders te scheiden omdat de doffer ze anders zal opjagen. De ouders zullen vlug aan een nieuw nest beginnen. Een viertal broedronden per jaar kan als normaal beschouwd worden.

Met dank aan G. Dewilde, België

 

© Jan Harteman / Harteman Wildfowl / www.harteman.nl