Tambourijnduif
Turtur tympanistria
Grootte: 19 cm
Het verspreidingsgebied van deze afrikaanse duifjes ligt in Oost-Rhodesië, Natal en de Kaapprovincie.
Het zijn bewoners van het woud en de boomsavannes.
Het verschil tussen doffer en duivin is bij deze soort goed zichtbaar.
De doffer heeft een mooie witte borst en glanzende vlekjes op de vleugels. Op zijn kop heeft hij een fellere aftekening. Hij heeft een boller hoofd en scherper bekken.
Deze duiven zijn zeer goed te houden in een volière. Ze zijn niet winterhard, wat een vorstvrij binnenhok wenselijk maakt.
Ze eten tortelduivenvoer of een fijn parkietenmengeling, eiwitkorrel en in de zomer wat bessen. Verder vooral vers drinkwater, wat mineralen, grit en een piksteen beschikbaar stellen. Een buffolowormpje is een goede en lekkere versnappering. En om het kweekseizoen te starten is een portie kempzaad wel aan te raden.
In het broedseizoen hoeft u zich geen zorgen te maken over nesten want die maken deze duiven zelf in een struik of boom. Ook maken ze gebruik van een halfopen nestkast. Bij goede koppels worden er jaarlijks soms drie legsels grootgebracht. Het zijn hele mooie duifjes die toch wel iets meer verzorging nodig hebben dan andere soorten. Ze mogen overal bijgeplaatst worden aangezien ze van zeer rustige aard zijn.
Met dank aan G. Dewilde, België
© Jan Harteman / Harteman Wildfowl / www.harteman.nl
© G. Dewilde
Engels: Tambourine dove
Duits: Tambourintaube
Frans: Colombe tambourinette
Spaans: Palomita tamborilera
Broedtijd: 13 dagen
Ringmaat: 4,5 mm
Snavelkleur: roodachtig met zwarte punt
Poten: purper-rood
Iris: bruin
© G. Dewilde
De duivin is meer grijsachtig op de borst, heeft veel minder glanzende vlekjes, heeft een platter hoofd en een breder bekken.
© G. Dewilde