Turkse tortel
Streptopelia decaocto
Grootte: 30 cm
Het leefgebied van de Turkse tortel is momenteel verspreid over heel Europa, hoewel ze oorspronkelijk uit Azië afkomstig zijn.
Het verschil tussen doffer en duivin is bij deze soort moeilijk te zien.
De doffer heeft een iets grovere bouw en staat wat hoger op de poten. Hij heeft wat meer glans op zijn veren.
De duivin heeft een breder bekken dan de doffer, ze is wat kleiner van postuur en doffer van kleur.
Deze duiven zijn zeer goed te houden in een volière. Ze zijn winterhard en er zijn zelfs broedgevallen gemeld in de winter, waarbij de ouders hun jongen succesvol groot brengen.
Er is speciaal tortelduiven voer, maar ook een parkietenmengeling volstaat. U kunt ze extra eiwitkorrel geven, groenvoer,miereneitjes en meelwormen. Verder vooral vers drinkwater, wat mineralen, grit en een piksteen beschikbaar stellen. In het broedseizoen hoeft u zich geen zorgen te maken, ze kweken bijna het hele jaar door. Ze zijn zelfs vanaf hun 4é levensmaand al vruchtbaar. Hun nest maken deze duiven zelf in een struik of boom, maar ze nemen ook graag een halfopen nestkast in gebruik. Het zijn zeer vaste broeders die zelfs eitjes van andere soorten uitbroeden.
Met dank aan G. Dewilde, België
© Jan Harteman / Harteman Wildfowl / www.harteman.nl
© Jan Harteman
Engels: Collared dove
Duits: Turkentaube
Frans: Tourterelle turque
Spaans: Tortola Turca
Broedtijd: 15 dagen
Ringmaat: 6 mm
Snavelkleur: donkergrijs
Poten: rood
Iris: robijnrood
© G. Dewilde
Men vind ze zowat overal; in bossen, tuinen en in de steden. Ze leven heel dicht bij de mens en zijn niet schuw.
Kopstudie © J. Harteman
Bovenzijde vleugel © J. Harteman
Bovenzijde staart © J. Harteman
Onderzijde vleugel © J. Harteman